top of page
Banner LinkedIn nieuwsbrief (1).png

23/02/2026

Globale wealth-allocatie 2026: waarom obligaties domineren ondanks risico’s en wat Trump hierover zegt

In de huidige financiële markten zien we een opmerkelijke paradox: terwijl de wereld structureel verandert, blijft de allocatie van kapitaal hardnekkig gericht op een activaklasse waarvan het fundament steeds meer onder druk staat — obligaties.

Ondanks de opkomst en bewezen rol van vaste activa zonder tegenpartijrisico, zoals fysiek goud en andere reële activa, blijft het gewicht van obligaties in wereldwijde portefeuilles uitzonderlijk groot. Deze dominantie is historisch verklaarbaar, maar in het huidige macro-economische klimaat steeds moeilijker rationeel te verantwoorden.

Een achterhaald referentiekader

De allocatie naar obligaties is grotendeels geworteld in een periode van dalende rentes, stabiele desinflatie en monetair beleid dat gedurende decennia voorspelbaar en ondersteunend was. In die context boden obligaties:

  • een relatief stabiele inkomstenstroom,

  • kapitaalbehoud bij dalende rentes,

  • en een negatieve correlatie met aandelen.

Vandaag is dat regime fundamenteel gewijzigd.

Rentes zijn niet langer structureel dalend, inflatie is volatieler, en overheden kampen met historisch hoge schuldratio’s. De kredietwaardigheid van staten wordt impliciet verondersteld als risicovrij, terwijl de realiteit is dat obligaties per definitie een tegenpartijrisico dragen — men is afhankelijk van de solvabiliteit en bereidheid van een emittent om terug te betalen.

Zelfs recente uitspraken van politieke leiders, zoals Donald Trump die stelde dat de Verenigde Staten lagere rentes zouden “verdienen” dan andere landen, illustreren dat staatsfinanciering steeds meer onderwerp wordt van politieke druk en narratiefvorming. Uiteindelijk bepalen markten rentes op basis van inflatieverwachtingen, schuldhoudbaarheid en vertrouwen — niet op basis van retoriek.

Banner LinkedIn nieuwsbrief (7).png

Wat bepaalt vandaag de allocatie?

Allocatiebeslissingen worden traditioneel gestuurd door drie factoren:

  1. Doelstellingen van de belegger (inkomen, stabiliteit, groei)

  2. Regulatoire en macro-economische randvoorwaarden

  3. Historische percepties van risico en rendement

Net dat derde element vormt vandaag het grootste probleem.

Veel institutionele allocatiemodellen zijn gebaseerd op historische data uit een renteomgeving die niet langer representatief is. Obligaties worden nog steeds als “veilig” beschouwd, terwijl hun reëel rendement — gecorrigeerd voor inflatie — in veel gevallen beperkt of zelfs negatief is.

Veiligheid wordt hier verward met nominale stabiliteit.

Het fundamentele verschil: papier versus bezit

Obligaties zijn financiële contracten. Hun waarde is afhankelijk van:

  • de kredietwaardigheid van een debiteur,

  • monetair beleid,

  • rente-evoluties,

  • en marktliquiditeit.

Vaste activa zonder tegenpartijrisico — zoals fysiek goud of strategisch gelegen vastgoed — zijn daarentegen geen belofte tot betaling, maar een intrinsiek bezit. Ze vertegenwoordigen reële schaarste, onafhankelijk van de solvabiliteit van een derde partij.

In een wereld met stijgende schulden, geopolitieke fragmentatie en monetair experiment, is het onderscheid tussen een claim op waarde en daadwerkelijke waarde fundamenteel.

Banner LinkedIn nieuwsbrief (8).png

Historisch lage premies

Een bijkomend aandachtspunt is dat risicopremies binnen de obligatiemarkt historisch smal zijn. Beleggers worden vandaag beperkt gecompenseerd voor durationrisico, inflatierisico en kredietrisico.

Met andere woorden: men aanvaardt reëel risico tegen een beperkte vergoeding.

Dat roept terechte vragen op over de proportionaliteit van de huidige allocaties. Wanneer een activaklasse sterk vertegenwoordigd is, terwijl de onderliggende risicovergoeding structureel laag is, ontstaat een asymmetrie die op lange termijn moeilijk houdbaar is.

Een noodzakelijke herrijking

In een tijdperk waarin balansrisico’s verschuiven van private naar publieke schulden en waarin monetair beleid minder voorspelbaar is dan voorheen, verdient kapitaalallocatie een fundamentele herijking.

Meer aandacht voor vaste activa zonder tegenpartijrisico — activa met intrinsieke waarde, schaarste en onafhankelijkheid van financiële structuren — is geen ideologische keuze, maar een rationele reactie op een veranderend systeem.

De kernvraag is daarom niet of obligaties historisch belangrijk waren.

De kernvraag is of hun huidige gewicht nog proportioneel is in het licht van de risico’s die vandaag worden gedragen.

Goud en bitcoin: klein in gewicht, groot in betekenis

Wie vandaag naar de wereldwijde vermogensverdeling kijkt, ziet een opvallend contrast. Het zwaartepunt van het globale kapitaal bevindt zich nog steeds in schuldgedreven activa — in het bijzonder staatsobligaties.

Daartegenover hebben goud en bitcoin, ondanks hun zichtbaarheid in het publieke debat, slechts een beperkte allocatie binnen het wereldvermogen. Hun voetafdruk is klein. Hun betekenis potentieel groot.

Die asymmetrie is geen toeval. Het financiële systeem rust vandaag op meer dan honderd biljoen dollar aan wereldwijde staatsschuld. Dat is geen louter cijfer — het is een illustratie van hoe sterk het huidige model steunt op vertrouwen: vertrouwen in terugbetaling, in begrotingsdiscipline, in monetair beleid.

Zolang dat vertrouwen intact blijft, blijft ook de dominantie van obligaties overeind.

Maar geschiedenis leert ons iets fundamenteels: wanneer vertrouwen verschuift, verschuiven kapitaalstromen mee. En die verschuiving gebeurt zelden geleidelijk. In periodes waarin schuldhoudbaarheid, inflatie of beleidsconsistentie in vraag worden gesteld, zoekt kapitaal geen rendement eerst — het zoekt zekerheid.

Daar komen activa zonder tegenpartijrisico in beeld.

Goud heeft die rol eeuwenlang vervuld. Bitcoin vertegenwoordigt, in digitale vorm, een nieuw type schaarste dat buiten het traditionele financiële systeem functioneert. Geen van beide activa creëert instabiliteit; ze absorberen kapitaal dat zich herpositioneert wanneer systeemrisico toeneemt.

Vandaag wordt nog steeds een veelvoud aan waarde toegekend aan staatsobligaties dan aan goud of bitcoin. Maar waardeverhoudingen zijn geen natuurwetten. Ze zijn het resultaat van perceptie. En percepties rond schuld, inflatie en beleidscontinuïteit kunnen sneller kantelen dan allocatiemodellen zich aanpassen.

Wat betekent dit voor beleggers en portefeuillestrategie?

Voor Horatius Capital Partners onderstreept dit één essentiële realiteit: dominantie is geen synoniem voor veiligheid.

Obligaties worden traditioneel gezien als defensieve hoeksteen van een portefeuille. Maar in een omgeving van historisch lage risicopremies, structureel oplopende schulden en toenemende beleidsinterventie, verdient die assumptie herziening.

Het risico is vandaag subtieler. Minder zichtbaar. Maar daarom niet minder reëel.

Daartegenover behouden activa zonder tegenpartijrisico — zoals goud — hun rol als structureel anker binnen een robuuste portefeuille. Niet als speculatieve positie. Niet als kortetermijnhedge. Maar als strategische verzekering tegen systeemstress.

Het verschil is fundamenteel:

  • Een obligatie is een belofte.

  • Goud is bezit.

  • Bitcoin is programmatische schaarste zonder centrale tegenpartij.

Allocatiebeslissingen vragen vandaag meer dan een standaard 60/40-reflex. Ze vereisen een kritische analyse van onderliggende kwetsbaarheden: durationrisico, inflatierisico, schuldhoudbaarheid en beleidsafhankelijkheid.

Wie uitsluitend vertrouwt op traditionele vastrentende structuren, vertrouwt impliciet op de blijvende stabiliteit van een schuldgedreven systeem.

Conclusie: allocatie in een systeem onder spanning

Het wereldwijde vermogen zit nog steeds geconcentreerd in obligaties en andere schuldinstrumenten. Dat model functioneerde decennialang in een omgeving van dalende rentevoeten en relatief goedkope financiering.

Die context verandert.

Overheden blijven schulden opbouwen. Risicopremies zijn historisch smal. Centrale banken interveniëren frequenter en ingrijpender. De stabiliteit die vroeger vanzelfsprekend leek, vraagt vandaag actief vertrouwen.

Voor Horatius Capital Partners ligt de focus daarom niet op wat historisch dominant was, maar op wat structureel weerbaar blijft.

Kapitaalbescherming betekent vandaag:

  • onafhankelijkheid van monetair experiment,

  • beperking van tegenpartijrisico,

  • en blootstelling aan activa die hun waarde behouden wanneer vertrouwen afneemt.

In een wereld waarin schuld het fundament vormt, is het rationeel om ook activa te bezitten die buiten dat fundament staan.

Meer weten over hoe wij vandaag alloceren binnen dit veranderende marktkader?

Wij delen graag onze visie en aanpak in een persoonlijk gesprek.

bottom of page